Privacy & Persoonsgegevens

Privacyreglement

Het beschrijven en benoemen van regels van Buro Zorgregie betreffende het verantwoord omgaan met persoonsgegevens.

2. Toepassing

Deze procedure is van toepassing op alle medewerkers van Buro Zorgregie.

3. Verantwoordelijkheden

Iedere medewerker van Buro Zorgregie heeft de verantwoordelijkheid zich te conformeren aan de regels genoemd in paragraaf 4 van dit reglement.

4. Privacyregels Buro Zorgregie

Hieronder volgen de regels van Buro Zorgregie (per artikel) met betrekking tot het verantwoord omgaan met persoonsgegevens:

Artikel 1: Behoorlijke en zorgvuldige gegevensverwerking

Persoonsgegevens worden in overeenstemming met de wet en op behoorlijke en zorgvuldige wijze verwerkt.

Artikel 2: Doelbinding

Persoonsgegevens worden voor welbepaalde, uitdrukkelijk omschreven en gerechtvaardigde doeleinden verzameld.

Artikel 3: Rechtmatige grondslag

Persoonsgegevens mogen slechts worden verwerkt indien:

  1. de betrokkene voor de verwerking zijn ondubbelzinnige toestemming heeft verleend;
  2. de gegevensverwerking noodzakelijk is voor de uitvoering van een overeenkomst waarbij de betrokkene partij is, of voor het nemen van precontractuele maatregelen naar aanleiding van een verzoek van de betrokkene en die noodzakelijk zijn voor het sluiten van een overeenkomst;
  3. de gegevensverwerking noodzakelijk is om een wettelijke verplichting na te komen waaraan de verantwoordelijke onderworpen is;
  4. de gegevensverwerking noodzakelijk is ter vrijwaring van een vitaal belang van de betrokkene;
  5. de gegevensverwerking noodzakelijk is voor de goede vervulling van een publiekrechtelijke taak door het desbetreffende bestuursorgaan dan wel het bestuursorgaan waaraan de gegevens worden verstrekt, of
  6. de gegevensverwerking noodzakelijk is voor de behartiging van het gerechtvaardigde belang van de verantwoordelijke of van een derde aan wie de gegevens worden verstrekt, tenzij het belang of de fundamentele rechten en vrijheden van de betrokkene, in het bijzonder het recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer, prevaleert.

Artikel 4: Verenigbaar gebruik

  1. Persoonsgegevens worden niet verder verwerkt op een wijze die onverenigbaar is met de doeleinden waarvoor ze zijn verkregen.
  2. Bij de beoordeling of een verwerking onverenigbaar is als bedoeld in het eerste lid, houdt de verantwoordelijke in elk geval rekening met:
    a. de verwantschap tussen het doel van de beoogde verwerking en het doel waarvoor de gegevens zijn verkregen;
    b. de aard van de betreffende gegevens;
    c. de gevolgen van de beoogde verwerking voor de betrokkene;
    d. de wijze waarop de gegevens zijn verkregen en
    e. de mate waarin jegens de betrokkene wordt voorzien in passende waarborgen.
  3. Verdere verwerking van de gegevens voor historische, statistische of wetenschappelijke doeleinden, wordt niet als onverenigbaar beschouwd, indien de verantwoordelijke de nodige voorzieningen heeft getroffen ten einde te verzekeren dat de verdere verwerking uitsluitend geschiedt ten behoeve van deze specifieke doeleinden.
  4. De verwerking van persoonsgegevens blijft achterwege voor zover een geheimhoudingsplicht uit hoofde van ambt, beroep of wettelijk voorschrift daaraan in de weg staat.

Artikel 5: Bewaartermijnen

  1. Persoonsgegevens worden niet langer bewaard in een vorm die het mogelijk maakt de betrokkene te identificeren, dan volgens de vastgestelde normering noodzakelijk is, en voor de verwerkelijking van de doeleinden waarvoor zij worden verzameld of vervolgens worden verwerkt.
  2. Persoonsgegevens mogen langer worden bewaard dan bepaald in het eerste lid voor zover ze voor historische, statistische of wetenschappelijke doeleinden worden bewaard, en de verantwoordelijke de nodige voorzieningen heeft getroffen ten einde te verzekeren dat de desbetreffende gegevens uitsluitend voor deze specifieke doeleinden worden gebruikt.

Artikel 6: Kwaliteit van gegevens

  1. Persoonsgegevens worden slechts verwerkt voor zover zij, gelet op de doeleinden waarvoor zij worden verzameld of vervolgens worden verwerkt, toereikend, ter zake dienend en niet bovenmatig zijn.
  2. De verantwoordelijke treft de nodige maatregelen opdat persoonsgegevens, gelet op de doeleinden waarvoor zij worden verzameld of vervolgens worden verwerkt, juist en nauwkeurig zijn.

Artikel 7: Vertrouwelijkheid

  1. Een ieder die handelt onder het gezag van de verantwoordelijke of van de bewerker, evenals de bewerker zelf, voor zover deze toegang hebben tot persoonsgegevens, verwerkt deze slechts in opdracht van de verantwoordelijke, behoudens afwijkende wettelijke verplichtingen.
  2. De personen, bedoeld in het eerste lid, voor wie niet al uit hoofde van ambt, beroep of wettelijke voorschrift een geheimhoudingsplicht geldt, zijn verplicht tot geheimhouding van de persoonsgegevens waarvan zij kennis nemen, behoudens voor zover enig wettelijk voorschrift hen tot mededeling verplicht of uit hun taak de noodzaak tot mededeling voortvloeit. Artikel 272, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht is niet van toepassing.

Artikel 8: Beveiliging van verwerkingen

De verantwoordelijke legt passende technische en organisatorische maatregelen ten uitvoer om persoonsgegevens te beveiligen tegen verlies of tegen enige vorm van onrechtmatige verwerking. Deze maatregelen garanderen, rekening houdend met de stand van de techniek en de kosten van de tenuitvoerlegging, een passend beveiligingsniveau gelet op de risico’s die de verwerking en de aard van te beschermen gegevens met zich meebrengen. De maatregelen zijn er mede op gericht onnodige verzameling en verdere verwerking van persoonsgegevens te voorkomen.

Artikel 9: Bewerker

  1. Indien de verantwoordelijke persoonsgegevens te zijnen behoeve laat verwerken door een bewerker, draagt hij zorg dat deze voldoende waarborgen biedt ten aanzien van de technische en organisatorische beveiligingsmaatregelen met betrekking tot de te verrichten verwerkingen. De verantwoordelijke ziet toe op de naleving van die maatregelen.
  2. De uitvoering van verwerkingen door een bewerker wordt geregeld in een overeenkomst of krachtens een andere rechtshandeling waardoor een verbintenis ontstaat tussen de bewerker en de verantwoordelijke.
  3. De verantwoordelijke draagt zorg dat de bewerker de persoonsgegevens verwerkt in overeenstemming met artikel 7, eerste lid en de verplichtingen nakomt die op de verantwoordelijke rusten ingevolge artikel 8.
  4. Met het oog op het bewaren van het bewijs worden de onderdelen van de overeenkomst of de rechtshandeling die betrekking hebben op de bescherming van persoonsgegevens, evenals de beveiligingsmaatregelen als bedoeld in artikel 8 schriftelijk of in een andere, gelijkwaardige vorm vastgelegd.

Artikel 10: Nalevingsplicht verantwoordelijke

De verantwoordelijke draagt zorg voor de naleving van de verplichtingen, bedoeld in de artikelen 1 tot en met 7 en 9, tweede en vierde lid van dit reglement.

Artikel 11: Gezondheidsgegevens

  1. Het verbod om persoonsgegevens betreffende iemands gezondheid te verwerken is niet van toepassing indien de verwerking geschiedt door:
    Hulpverleners, instellingen of voorzieningen voor gezondheidszorg of
    Maatschappelijke dienstverlening voor zover dat met het oog op een goede behandeling of verzorging van de betrokkene, dan wel het beheer van de betreffende instelling of beroepspraktijk noodzakelijk is.

Artikel 12: Informatieplicht bij verkrijging gegevens van betrokkene

  1. Indien persoonsgegevens worden verkregen bij de betrokkene, deelt de verantwoordelijke vóór het moment van de verkrijging de betrokkene de informatie mede, bedoeld in het tweede en derde lid, tenzij de betrokkene daarvan reeds op de hoogte is.
  2. De verantwoordelijke deelt de betrokkene zijn identiteit en de doeleinden van de verwerking waarvoor de gegevens zijn bestemd, mede.
  3. De verantwoordelijke verstrekt nadere informatie voor zover dat gelet op de aard van de gegevens, de omstandigheden waaronder zij worden verkregen of het gebruik dat ervan wordt gemaakt, nodig is om tegenover de betrokkene een behoorlijke en zorgvuldige verwerking te waarborgen.

Artikel 13: Informatieplicht bij verkrijging gegevens via derden

  1. Indien persoonsgegevens worden verkregen op een andere wijze deelt de verantwoordelijke de betrokkene de informatie mede, bedoeld in artikel 12, tweede en derde lid, tenzij deze reeds daarvan op de hoogte is:
    a. op het moment van vastlegging van hem betreffende gegevens, of
    b. wanneer de gegevens bestemd zijn om te worden verstrekt aan een derde, uiterlijk op het moment van de eerste verstrekking.
  2. Het eerste lid is niet van toepassing indien mededeling van de informatie aan de betrokkene onmogelijk blijkt of een onevenredige inspanning kost. In dat geval legt de verantwoordelijke de herkomst van de gegevens vast.
  3. Het eerste lid is evenmin van toepassing indien de vastlegging of de verstrekking bij of krachtens de wet is voorgeschreven. In dat geval dient de verantwoordelijke de betrokkene op diens verzoek te informeren over het wettelijk voorschrift dat tot de vastlegging of verstrekking van de hem betreffende gegevens heeft geleid.

Artikel 14: Inzagerecht

  1. De betrokkene heeft het recht zich vrijelijk en met redelijke tussenpozen tot de verantwoordelijke te wenden met het verzoek hem mede te delen of hem betreffende persoonsgegevens worden verwerkt. De verantwoordelijke deelt de betrokkene schriftelijk binnen vier weken mee of hem betreffende persoonsgegevens worden verwerkt.
  2. Indien zodanige gegevens worden verwerkt, bevat de mededeling een volledig overzicht daarvan in begrijpelijke vorm, een omschrijving van het doel of de doeleinden van de verwerking, de categorieën van gegevens waarop de verwerking betrekking heeft en de ontvangers of categorieën van ontvangers, evenals de beschikbare informatie over de herkomst van de gegevens.
  3. Voordat een verantwoordelijke een mededeling doet als bedoeld in het eerste lid, waartegen een derde naar verwachting bedenkingen zal hebben, stelt hij die derde in de gelegenheid zijn zienswijze naar voren te brengen indien de mededeling gegevens bevat die hem betreffen, tenzij dit onmogelijk blijkt of een onevenredige inspanning kost.
  4. Desgevraagd doet de verantwoordelijke mededelingen over de logica die ten grondslag ligt aan de geautomatiseerde verwerking van hem betreffende gegevens.

Artikel 15: Verbetering, aanvulling, verwijdering

  1. Degene aan wie overeenkomstig artikel 14 kennis is gegeven van hem betreffende persoonsgegevens, kan de verantwoordelijke verzoeken deze te verbeteren, aan te vullen, te verwijderen, of af te schermen indien deze feitelijk onjuist zijn, voor het doel of de doeleinden van de verwerking onvolledig of niet ter zake dienend zijn dan wel anderszins in strijd met een wettelijk voorschrift worden verwerkt. Het verzoek bevat de aan te brengen wijzigingen.
  2. De verantwoordelijke bericht de verzoeker binnen vier weken na ontvangst van het verzoek schriftelijk of dan wel in hoeverre hij daaraan voldoet. Een weigering is met redenen omkleed.
  3. De verantwoordelijke draagt zorg dat een beslissing tot verbetering, aanvulling, verwijdering of afscherming zo spoedig mogelijk wordt uitgevoerd.
  4. Indien de persoonsgegevens zijn vastgelegd op een gegevensdrager waarin geen wijzigingen kunnen worden aangebracht, dan treft hij de voorzieningen die nodig zijn om de gebruiker van de gegevens te informeren over de onmogelijkheid van verbetering, aanvulling, verwijdering of afscherming ondanks het feit dat er grond is voor aanpassing van de gegevens op grond van dit artikel.
  5. Het bepaalde in het eerste tot en met vierde lid is niet van toepassing op bij de wet ingestelde openbare registers, indien in die wet een bijzondere procedure voor de verbetering, aanvulling, verwijdering of afscherming van gegevens is opgenomen.

Artikel 16: Uitzonderingen

De verantwoordelijke kan de artikelen 4, eerste lid, 14 en 15 buiten toepassing laten voor zover dit noodzakelijk is in het belang van:

  1. de veiligheid van de staat;
  2. de voorkoming, opsporing en vervolging van strafbare feiten;
  3. gewichtige economische en financiële belangen van de staat en andere openbare lichamen;
  4. het toezicht op de naleving van wettelijke voorschriften die zijn gesteld ten behoeve van de belangen, bedoeld onder b en c, of
  5. de bescherming van de betrokkene of van de rechten en vrijheden van anderen.

Artikel 17: Beperkingen

  1. Indien een verwerking plaatsvindt door instellingen of diensten voor wetenschappelijk onderzoek of statistiek, en de nodige voorzieningen zijn getroffen om te verzekeren dat de persoonsgegevens uitsluitend voor statistische en wetenschappelijke doeleinden kunnen worden gebruikt, kan de verantwoordelijke een mededeling als bedoeld in artikel 14 achterwege laten en weigeren aan een verzoek als bedoeld in artikel 15 te voldoen.
  2. Indien een verwerking plaatsvindt van persoonsgegevens die deel uitmaken van archiefbescheiden die als gevolg van de artikelen 12 of 13 van de Archiefwet 1995 zijn overgebracht naar een archiefbewaarplaats, kan de verantwoordelijke een mededeling als bedoeld in artikel 13 achterwege laten

Artikel 18: Mondeling verstrekken van informatie

  1. Indien een gewichtig belang van de verzoeker dit eist, voldoet de verantwoordelijke aan een verzoek als bedoeld in de artikelen 35 en 36 (Wbp), in een andere dan schriftelijke vorm, die aan dat belang is aangepast.
  2. De verantwoordelijke draagt zorg voor een deugdelijke vaststelling van de identiteit van de verzoeker.
  3. De verzoeken, bedoeld in de artikelen 35 en 36, worden ten aanzien van minderjarigen die de leeftijd van zestien jaren nog niet hebben bereikt, en ten aanzien van onder curatele gestelde personen gedaan door hun wettelijke vertegenwoordigers. De betrokken mededeling geschiedt eveneens aan de wettelijke vertegenwoordigers.

Artikel 19: Kennisgeving aan de voorafgaande derden

  1. De verantwoordelijke die naar aanleiding van een verzoek op grond van artikel 36 persoonsgegevens heeft verbeterd, aangevuld, verwijderd of afgeschermd, is verplicht om aan derden aan wie de gegevens daaraan voorafgaand zijn verstrekt, zo spoedig mogelijk kennis te geven van de verbetering, aanvulling, verwijdering of afscherming, tenzij dit onmogelijk blijkt of een onevenredige inspanning kost.
  2. De verantwoordelijke doet aan de verzoeker, bedoeld in artikel 36, desgevraagd opgave van degenen aan wie hij de mededeling heeft gedaan.

Artikel 20: Slotbepaling

De wettelijke regelgeving zoals omschreven in de Wet van 06 juli 2000, stb.302, houdende regels betreffende de bescherming van persoonsgegevens (Wet bescherming persoonsgegevens), zoals gewijzigd bij de Wetten van 5 april 2001, Stb. 180, 6 december 2001, Stb. 581 en 584, 12 december 2001, Stb. 664, en 7 februari 2002, Stb. 148 zijn bindend voor de bescherming van persoonsgegevens.

5. Referenties

Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp)